Kamer 3 Verdriet

Douchepoes

het avondlicht was mooi
ik ben een stuk gaan lopen
maar telkens onderweg
sloop je binnen
met kleine stukjes vacht
zo zacht en wollig bruin
en zwart en rood
en je oranje poot...

de gevels glansden schel
in de laagstaande zon
maar ik zag steeds jouw vel
zover ik kijken kon
en jouw zwoegend mager lijf

mijn eigen adem
reflecteerde die van jou
mijn eigen woorden
werden jouw gemauw
en ik kon niet begrijpen
hoe zo’n levendig klein dier
zo snel verdwijnen kon

wat poezenstapjes op de vloer
wat poezenhaartjes op een stoel
wat rest er van jou, mijn kleintje?
wat rest er van jou, mijn kleintje?