Vijver

De vijver van Farm Lator

Als de geelgerande watertor duikt
en het zonlicht het troebele water
van de vijver doorstraalt
waarin de bomen spiegelen
en de wolken langzaam voorbij drijven

Als de schrijvertjes,
glanzende miniatuur onderzeebootjes,
over het wateroppervlak zweven

Als de roodbuikvuurpad roept
en de koekoek antwoordt
en de bijen komen drinken van het mos

Als achter mij de specht kiept
en links en rechts mus en putter
zachtjes tsjilpen en zingen

Als de groene meerkikker
opstijgt naar het watervlak
en met zijn kleine klauwtjes
een rietstengel omklemt,
wachtend op zijn prooi

Als de boerenzwaluw
laag over het water scheert,
en snel zijn snavel dipt om te drinken

Als al deze pracht zich rondom mij ontvouwt
waarom dan deze tranen?

Is het omdat ik bijna in het paradijs ben,
Maar één stap verwijderd van de dood?

Maar nee, dat kan het niet zijn,
want daar ben ik al
Ik ben zeker ongemerkt overleden

Maar als dit dan dood zijn is,
dit langzaam verglijden,
langzaam een worden met de natuur,
zelf voedsel zijn voor vlinders
die zich laven aan mijn rottend lijk,
dan is de dood zo gek nog niet

Of is het omdat ik weet
dat een deel van mij hier blijft,
achterblijft,
en ik verscheurd zal worden bij vertrek?

Maar nee, dat is het niet

Dit is geen verdriet
maar simpel geluk en dankbaarheid
dat ik hier mag zijn

In deze wonderlijk rijke wereld
om de pure essentie van het leven te drinken,
en zo levend, zo intens levend te zijn

Farm Lator, 15 juni 2012